w: Vroeger was alles beter? / l: Vroeger is altijd beter. / w: Vroeger is altijd beter zeg ik. Vroeger was alles beter zeg jij. / l: Jij bent nog maar net begonnen en soms denk ik dat jij het belangrijkste nu al hebt meegemaakt. / w: Nu al. / l: En je bent het allemaal nu al vergeten. / w: Nu al, ik heb nog helemaal niets meegemaakt. / l: Denk jij. / w: Ik ben nog maar net begonnen.