a: Zullen we in bad gaan? / g: In bad? / g: Ja. En dan niet naar... / a: We kunnen evengoed samen in bad gaan. / g: Ja. Terwijl ik eigenlijk een doucher ben. / a: Gij zijt meer een doucher ja. / g: Maar we namen vroeger vaak samen een bad. / a: Dat was toch spannend? Een doucher die een bad neemt? / g: Gij hebt ook nog gedoucht met mij. Ik vond dat ook spannend.
2026/2027
2025
2024
2023
2022
2021
g: Moeten we niet eerst samen naar de tekst kijken? / n: In uw kamer of in mijn kamer? / g: Ik weet het niet Natali. Ik weet het echt niet. Ik vind het zo moeilijk. Is het wel goed wat wij doen? / n: Wat gij wilt. / g: Moeten wij niet wat afstand nemen van elkaar? Ik moet ook nog tekst studeren. / n: Welke tekst gaat gij studeren? / g: Die scène met u. Die scène die gij met peter hadt. Die scène voor die hotelkamerdeur. / n: Dat is zo spijtig, Peter deed die zo goed. / g: Ik ga mijn best doen Natali. / n: Ik weet het Greg, ik weet het. Gij kunt er ook niet aan doen. / g: Dus ik sta dan in de opening van mijn hotelkamerdeur. / n: En ik sta op de gang. Ga je mij niet binnen laten? Een sigaret of een koffie aanbieden? / g: Is het niet allemaal een beetje belachelijk Natali? / n: Dat het allemaal zoveel op elkaar lijkt? / g: Vindt ge niet? In de film, in het echt. Bij ons toch ook in het echt. / n: Het zijn heel klassieke scènes Greg, zo raar is dat allemaal niet.






