w: Vind je het nog steeds goed om van hotelkamer te ruilen? Want je hebt al gedoucht zie ik. / c: Ik vind het prima. / w: Ik lig gewoon liever op een tweepersoons. / c: Ja dat zei je en dat snap ik. Mijn bagage is verder nog niet uitgepakt. We kunnen meteen ruilen als je wilt. / w: Met mijn lengte begrijp je? Dan kan ik zo diagonaal. / c: Een tweepersoons of twee eenpersoons, ik vind het beide even goed. Kan ik je een koffie aanbieden of een sigaret? / w: Kun je even een beetje ruimte maken alsjeblieft? / c: Je kunt er toch langs? / w: Mag ik iets zeggen? Je knoop. / c: Mijn knoop? / w: De knoop van je ochtendjas. / c: Wat is daarmee? / w: De knoop van je ochtendjas gaat open. / c: Zeg eens peignoir. / w: Peignoir. / c: Ja dat vind ik beter. / w: Sensueler. / c: Ja. / w: Klinkt beter. / c: Ja. Verder? / w: De knoop in je peignoir is aan het zakken. / c: Ik had ook niet verwacht dat jij hier al zo snel zou staan. / w: Straks valt ie open. / c: En dan? / w: Dan ben je naakt. / c: Is dat erg? / w: Nee. / c: Nee? / w: Nee, niet nee. Ik bedoel je slaat een regel over. / c: O, sorry. Is de peignoir al open? / w: Ik weet het niet. / c: Is dat erg? / w: Ik weet het niet. Zo dichtbij Carine, zo dichtbij. / c: Zo dichtbij. / w: De docent en de student. / c: Collega’s inmiddels Willem.